Time-out voor Stella en haar crew

Posted on

Hoe mooi zou het zijn: vertrekken met je eigen boot, wanneer je wilt en waarheen je vaart. Je ontmoet andere mensen, andere culturen, geniet van de natuur en van het zeilen. Dat was mijn idee voordat ik vertrok. Dat is wat je leest in boeken en blogs van zeilers die kiezen voor dit leven. Zo had ik ook onze vakanties ervaren naar Engeland, Kopenhagen, Zweden, Polen en de Scilly eilanden.

Hoe anders is mijn ervaring de afgelopen 10 weken op de Stella. Aan haar ligt het niet. Mijn ervaring als solo-zeiler valt nogal tegen. Het is eenzaam alleen op de boot, met lokale mensen is er nauwelijks tot geen contact en andere zeilers kom ik weinig tegen. Van de 40 Nederlandse vertrekkers is dit jaar maar de helft vertrokken  door corona. Dat helpt ook niet.

Zo sprak ik afgelopen maand één Nederlands echtpaar die met hun boot hier in de haven van Vigo lag. En, mijn Spaanse lerares. In Vigo nam ik Spaanse les. Het was privéles, met mondkapje! Omdat het klikte met mijn lerares gingen we na de les lunchen. Toen zij haar masker afzette, zag ik een totaal ander gezicht. Zij was jonger en veel expressiever dan ik dacht. Je weet niet half wat je mist als je maar een deel van iemands gezicht ziet. En dat in Spanje waar iedereen een mondkapje draagt. Mensen zijn ook banger voor contact dan in Nederland. Dat helpt ook niet…

Zeilen valt me bovendien zwaar. Niet zozeer fysiek, maar mentaal. Je moet steeds alert zijn op veranderingen van het weer. Dat is onvoorspelbaarder dan op de Waddenzee en Noordzee. De ene keer waait het harder dan voorspelt, de andere keer minder hard. Daar word ik voorzichtiger van, blijf langer plakken in havens waar ik de omgeving wel gezien heb. Kortom het is niet leuk genoeg.

Komende winter nemen Stella en ik een ‘time-out’.  Stella overwintert in Vigo. Ik beraad me thuis in Nederland: Ga ik verder? En, hoe doe ik dat dan? Voorlopig geen nieuws meer in dit logboek. Wel duik ik komende tijd weer op en maak graag weer afspraken met alle dierbare familie en vrienden.

‘Alenig’

Posted on

In mijn vorige bericht schreef ik al dat ik langer in Vigo blijf. De reden daarvoor is dat ik in de havens en op ankerplaatsen het leven nogal ‘alenig’ vind. Toevallig heb ik gisteren bij Nederlandse mensen in de kuip gezeten die op weg zijn naar de Canarische eilanden. Daar ontstond opeens een gesprek van anderhalf uur. De laatste keer dat ik onderdeel van zo’n gesprek was, was in A Coruña, bijna een maand geleden. Een van de oplossingen die ik heb bedacht is Spaanse les nemen. Ik heb een week lang iedere dag anderhalf uur privé les, waarbij het meestal gaat over de Nederlandse en Spaanse cultuur. Dat is interessant en het gaat een beetje de ontheemding en contactloosheid tegen die kennelijk onderdeel is van het zeilersleven in COVID tijden. Ondertussen beraad ik mij over mijn onderneming.

Stadsontwikkeling

Posted on

Ik heb besloten om iets langer in Vigo te blijven. Vigo is de grootste stad van Galicië. Het is groter dan Santiago de Compostela en groter dan A Coruña. Ik zwerf regelmatig door de stad. Er is bijna alleen maar hoogbouw van vijf á zeven verdiepingen. Dat komt omdat er weinig ruimte is. Des te opmerkelijker dat er dan toch grote ontwikkelingsprojecten midden in de stad zijn. Ik dacht eerst dat het hoofdstation aan de haven lag en vond het station eigenlijk nogal simpel voor Vigo. Er bleek toch een hoofdstation te zijn. Dit ligt een halve kilometer verder de stad in en is vijftien meter onder het oude station gebouwd. Er omheen wordt een gigantisch handels- en winkelcentrum gebouwd. Een soort Hoog Catharijne dus. Op termijn moet de hoge snelheidslijn hier aansluiten.

Ook op andere plaatsen zijn delen van de stad gesloopt om grote vastgoedontwikkeling te starten. Op een van die plaatsen is alleen de gevel van een kerk blijven staan. Er lijkt nu een soort info centrum in te zitten. Waarom alleen deze gevel?

Real Club Nautico

Posted on

Bijna iedere plaats aan zee in Spanje heeft een zeilclub. Er wordt veel gezeild in kleine zeilbootjes. Met volwassenen zijn dat dan vaak wedstrijden. Of met kinderen erin, dan is het meestal les. Hier in Vigo heeft de zeilschool zelfs een eigen gebouw.

Maar er is ook zoiets als de Club met een voorname uitstraling. In A Coruña was dat ook zo en wilden we even kijken. Onmiddellijk komt een gerant ons tegemoet. Reservering meneer? Nu hadden wij dat niet en bovendien waren we ook niet helemaal juist gekleed geloof ik. Toen ik de ingang van het gebouw en de gerant in A Coruña zag, kreeg ik meteen het gevoel dat we een blauwe blazer en een (avond)jurkje nodig hadden. Heel wat anders dan de kantine van mijn eigen zeilvereniging ‘Het IJ’ in Durgerdam, dat is een aangepaste woonark.

Hier in Vigo heb ik wel de stoute schoenen aangetrokken. Wegens Covid is hier het restaurant van de Club echter gesloten, maar je kunt wel koffie krijgen en de krant lezen. De twee mensen die ik er spreekt hebben echter geen boot en nooit gezeild. Toch een soort herenclub!

Ik spreek trouwens bijna geen medezeilers. Ook niet als ik in een haven lig. Ik was hier even op zoek naar Nederlandse schepen en andere lange afstandzeilers. De schepen met een Nederlandse vlag of een andere dan de Spaanse zijn er bijna niet. Van de schepen die dat wel hebben is de bemanning of hier op reis of naar huis. Soms zijn het toch Spaanse schepen maar onder Nederlandse vlag. Dan is er waarschijnlijk over de aankoop geen BTW betaald.

Somos Vigo Somos Cultura

Posted on

Op weg naar de supermarkt kom ik door een straatje wat zo stijl wordt dat er een trap is. In de trap een eerbetoon aan een dichteres uit Galicië. Preciezer, ze is geboren en gestorven in Vigo. Ondanks het nationalisme wat er aan vast zit, heb ik er bewondering voor. Dat zie ik ons in Nederland voor b.v. Remco Campert niet zo snel doen.

Er wordt een podium gebouwd zag ik al bij het boodschappen doen. In de avond is het concert aan de gang. Doedelzakken, zang en drums. Achter het podium hangt een doek met de tekst: Somos Vigo Somos Cultura (Wij zijn Vigo Wij zijn Cultuur). Ze bedoelen zo te horen en te zien: Wij zijn Galiciërs! Je hebt in Spanje eigenlijk geen Spanjaarden. De mensen zijn Galiciër, Andaluciër, Catalaan en Bask, enz.

Ten anker en rust?

Posted on

Ik ben in Ría Arousa en ik lig ten anker. Deze ankerplaats heb ik gekregen van een ‘mede vertrekker’. Ik had de fantasie van een rustige plek. Maar het is hier eerder een schouwburg met een druk schema.

Gisteravond dacht ik om 18 uur dat ik de enigste was, maar nee binnen een half lagen er zes speedbootjes ten anker. Op het voordek ligt een vrouw in bikini, de man achter het roer, eerst plonst de man het anker in het water, dan plonst de man zelf. Vrouw werpt een meewarige blik en blijft op haar plaats. Op het strand verzamelt vervolgens de jeugd met vuurtjes en muziek. Jongens proberen indruk op de meiden te maken met sprongen van de rotsen met en zonder Tarzan geluid. De meiden blijven natuurlijk stoïcijns.

Als het donker is zijn de bootjes en mensen verdwenen. Dan zijn er de lichtjes van de nacht. Behalve de lichtjes van de de dorpjes en wegen is het ‘s-nachts een heel geknipper van lichten van boeien, geleidelichten en vuurtorens.

Behalve de kust is er aan de andere kant ook een toneel. ’s-Morgens ligt ik opeens tussen allemaal rode boeien van vissers die om 11:00 weer verdwenen zijn. Tussen de vier boeien met een bootje ertussen zoeken duikers naar schelpdieren begrijp ik. Aan deze kant liggen ook allemaal grote vlotten met mosselhang-culturen en allemaal kotters die met oliedrukkranen de mossels oogsten. Opmerkelijk veel donkere zeelui hier. Ik denk dat dit een Almeria situatie is. In Almeria werken veel illegalen uit Afrika in de plastic kassen.

Ondertussen, aan de strandkant, verschijnen om 12uur gezinnen met kinderen op het strand. Daarna begint het schema opnieuw.