Getijden, stroming en een passagier

Posted on

Een van de moeilijkheden van het Kanaal oversteken is dat het een ingewikkeld vaargebied is. Het Kanaal of La Manche zoals de Fransen zeggen, wordt vanuit de Atlantische Oceaan richting Dover en Calais steeds smaller. De vloed die het Kanaal in stroomt loopt zo vast in steeds minder ruimte. Dat betekent dat als het water niet horizontaal kan stromen het verticaal gaat. Bij Scheveningen is het verschil in hoogte tussen eb en vloed ongeveer 2,5 m. Waar ik nu ben is dat verschil 11 m. Dat betekent dat de stroomsnelheid bij sommige punten, zoals de Kanaal eilanden, oploopt tot 3,5 zeemijl. Stella gaat, als ik gas geef 6,5 mijl. Bij tegenstroom en wind tegen ga ik over de grond nog 2 mijl. Omgekeerd kan ik 9 mijl per uur halen als ik het zo plan dat ik de stroom mee hebt. Dat betekent veel gereken en geplan om op het juiste ogenblik de stroom mee te pikken of anders veel geduld oefenen.

Daarnaast is er in het Kanaal veel scheepvaart verkeer. Dat verkeer wordt gescheiden in verkeersscheidingstelsels. Een soort snelweg op zee. In de noordelijke stroken varen de schepen naar het westen, in de zuidelijke naar het oosten. De zeeschepen gaan tussen de 10 en 17 zeemijl. Pleziervaart mag die stroken, 5 mijl breed, alleen haaks oversteken. Het is een heel gemikt en gereken om tussen die schepen door te varen. Je richt je schip voor de boeg van het kruisende zeeschip en het lijkt in eerste instantie op een dramatische aanvaring uit te lopen. Dat is niet zo. De zeeschepen gaan veel sneller dan Stella.

Deze keer was ik niet alleen, maar had ik postduif aan boord die landde zo vermoeid in de kuip dat ik hem zo op kon pakken en in de wasbak kon zetten. Met drinken. De volgende dag heb ik hem in LĂ©zardrieux op de stijger gezet en was ze na een tijdje weer vertrokken.