Cartagena

Posted on

Na een nachtje doorzeilen ben ik op mijn voorlopig laatste bestemming aangekomen. Cartagena is een bijzondere plaats. Het heeft geen stranden dat betekent dat er geen aparte infrastructuur is voor het massatoerisme en je gemakkelijker in contact komt met het normale Spaanse leven. Het is een soort afgesloten baai tussen rotsmassieven. Het is een van de grootste Spaanse marine havens. Ik dacht daarom dat er veel steun voor Franco was geweest, maar dat bleek niet te kloppen. Hier is een speciaal museum over de Spaanse burgeroorlog. Ze zijn er trots op dat een deel van de bombardementen door het Duitse Condor Legioen door hun misleiding op verkeerde doelen terecht is gekomen. De Duitsers hebben niet alleen Guernica gebombardeerd. Ze hebben veel operaties van de nationalisten van luchtsteun voorzien, Francos troepen uit Afrika naar Andalusië vervoerd en er waren twee Duitse pantsereenheden in Spanje. Zonder de Duitse hulp zou Franco waarschijnlijk nooit hebben gewonnen. Cartagena moet dus Republikeins zijn geweest. Het bijzondere is ook dat er hier aandacht wordt besteed aan de Spaanse burgeroorlog. In de meeste Spaanse steden lijkt het onderwerp te worden vermeden.

Costa del Sol

Posted on

Na Gibraltar vaar ik langs een van de bekendste Spaanse Costa’s. Het is hier nog steeds lekker weer overdag. ’s-Avonds wordt het langzamerhand iets minder aangenaam. In de haven van Estepona lig ik naast een Duits echtpaar die ik al in twee eerdere havens heb gesproken. Dit leidt onder meer tot een gezamenlijk restaurant bezoek.

Ik wil graag Malaga bezoeken, maar Malaga heeft een kleine jachthaven, die bijna altijd vol is met schepen van ‘leden’. Er zijn plaatsen in de echte haven, maar nu even niet. Ook hier wordt gewerkt aan de kades. Daarom bezoek ik Malaga vanuit Fuengirola. De jachthaven is vlakbij het treinstation en hiervandaan is het ruim 40’met de trein naar Malaga. Ik bezoek het CAC; dat is moderne kunst. Ga ik toch ook nog even naar het Picasso museum? Ja, maar wel. Er is ook een tentoonstelling over Brassaï. Hij was bevriend met Picasso. Zwart foto’s van voor de oorlog. Ik kom helemaal blij naar buiten. Op een terras ziet de wereld er met deze ervaring ook meteen beter uit!

Ook wil ik het Engelse kerkhof zien. Dat dateert van eind 19e eeuw. Protestanten konden niet worden begraven op een katholiek kerkhof, omdat dit gewijde grond is. Niet katholieken werden op het strand, min of meer in zee ‘begraven’. De toenmalige Engelse consul heeft grond gekocht en geregeld dat protestanten ook normaal begraven konden worden. Al zou je dat vanwege de staat van het onderhoud niet zeggen, op het kerkhof wordt nu nog steeds begraven.

Estepona

De rots

Posted on

Twee keer was ik even in Gibraltar. De eerste keer om in een jachthaven terecht te komen. Dat lukte niet, want de jachthaven was gesloten, want er werd verbouwd. Ik had netjes de Engelse gastenvlag gehesen, want mijn idee over de Engelsen is dat ze dat belangrijk vinden. Meteen weer naar beneden en op weg naar de eerste haven na Gibraltar; La Linea. Meteen na het vliegveld is de grens en daarna begint er een Spaanse jachthaven. Daarvoor moest ik wel om de landingsbaan heen varen. Weer even in Gibraltar vraagt een kwartier lopen en de grens passeren, Spaanse grensbewaking en daarna Engelse grensbewaking en douane.

Eigenlijk viel de rots mij tegen, want als je de Straat van Gibraltar invaart zijn de omliggende Marokkaanse en Spaanse bergen hoger en indrukwekkender. Ik wilde wel nog even op de rots, want het is een fascinered uitzicht en historisch een belangrijk punt. In meerdere opzichten een waterscheiding tussen werelden.

Niet dood gevonden

Posted on

Al bijna twee maanden vaar ik van de ene naar de andere haven. En meestal wijd ik een blog aan een mooie plek waar ik dan foto’s van deel. Pas vertelde ik tegen iemand dat ik ook in havens kom waar je nog niet dood gevonden wilt worden. Mijn gesprekspartner vroeg vervolgens maar waarom niet en wat zie je daar dan? Dat was het moment dat ik mij realiseerde dat ik vaak fotografeer als ik iets mooi vind.  Sta ik toch nog in de toeristische stand. Soms is een haven grotendeels leeg en verwaarloosd, zoals Magazon of Barbate. In het havengebouw staan een aantal ruimten al langer leeg. Of je ziet iets wat jaren geleden een restaurant was. Soms kom ik per ongeluk in een haven terecht waar alleen een steiger is en verder niets. De echte haven van Aveiro bleek in een andere rivierarm te zijn en de haven die er wel was ben ik voorbij gevaren. Soms is de pilot ook niet helemaal begrijpelijk. De persoon die stuk voorbij de steiger een soort kantoor en vaarschool heeft, weet ook niet wie hiervan de havenmeester is. Van hier was het 45’ lopen, langs een uitgestorven industrie terrein, naar het dichtstbijzijnde dorp. In de supermarkt waren een aantal schappen leeg. Dat zijn ook plekken van Spanje en Portugal, niet mooi, maar wel interessant als ik niet in de toeristische stand sta, maar meer in mijn reis stand.

Intussen ben ik gevorderd tot aan de Costa del Sol in de Middellandse Zee en ben ik in Fuengirola. Een paar kilometer verder ligt Torremolinos. Ook Fuengirola kenmerkt zich door strand, hoogbouw en de haven volgebouwd met restaurants en barretjes. Veel Engelse namen. In de winter is dat niet gesloten, want de overwinterende ouderen willen graag aan de haven eten en wat drinken. Er is een kinderkermis, waar tegen de avond, vakantiehoudende jonge ouders hun kinderen uitlaten. Bijna vond ik dat ik hier ook niet ‘dood gevonden wilde worden’, het maakt een trieste indruk, maar het intrigeert ook. Ik zie redelijk veel niet Spaanse ouderen die slecht ter been zijn. De meeste van die ouderen die ik tegenkom zijn niet in een vrolijke vakantiestemming, ze zien er eerder een beetje triestig en bedrukt uit. De enigste die opgewonden en uitgelaten zijn, zijn de kinderen op de kinderkermis. Ook hun ouders lijken niet in de meest vrolijke stemming, maar dat heeft waarschijnlijk meer te maken met de energie die deze jonge ouders aan hun kinderen kwijt zijn. Ik denk dat wanneer je er naar zou vragen deze mensen je zullen vertellen dat ze het hier naar hun zin hebben en wijzen op de zon en het aangename weer. Waar komt de triestigheid dan vandaan die ik zie? Zou het te maken hebben met oud worden, gebreken en een cultuur die vindt dat je ‘forever young’ moet zijn? Of zie ik ontheemdheid en vervreemding bij mensen die langer van huis zijn?

Later op de avond is het hier echt druk.
Ochtendlicht op Fuengirola.